Soms moet je even zoeken en zie je het niet meteen, maar in een vlindertuin wemelt het van de levende beestjes. Het is leuk om deze diertjes en de planten een naam te kunnen geven.


Vlinderplanten herkennen

Er groeien heel veel verschillende planten in een vlindertuin. Kun je in een plantenboek opzoeken hoe de verschillende planten heten?
Om de naam te kunnen vinden moet je goed op de volgende dingen letten:
  • Welke kleur en vorm hebben de bloemen?
  • Heeft de plant veel of weinig bloemen?
  • Welke vorm hebben bladeren?


Beestjes bekijken

In de bodem van een vlindertuin leven veel verschillende beestjes. Als je een schepje aarde uitspreidt over een krant kun je er veel verschillende tegenkomen. Je kunt bodemdiertjes het beste bekijken als je ze voorzichtig in een doorzichtig potje stopt. Er bestaan zelfs potjes met een vergrootglas aan de bovenkant, zodat je het beestje nog beter kunt zien.
Met een zoekkaart kun je erachter komen welk diertje je bekijkt. Hoeveel poten heeft het? Heeft het voelsprieten? Heeft het vleugels? Welke kleur heeft het?
Maak er een mooie tekening van, en laat het beestje daarna weer vrij waar je hem gevonden hebt.


Rupsen zoeken

Elke rups heeft zijn eigen lievelingseten. Hij lust maar één plant, en daar moet hij heel veel van eten om groot te groeien. Deze plant noemen we de waardplant. Als je rupsen zoekt, moet je dus bij de waardplanten gaan kijken.

Rupsen vinden is niet zo gemakkelijk. Ze hebben een goede schutkleur, omdat ze niet willen opvallen. Je moet goed opletten of je vraatsporen ziet, hapjes die de rupsen uit de bladeren hebben genomen. Soms vind je de rupsen dan ook. Welke rups het is, is vaak heel moeilijk te zeggen omdat ze erg op elkaar lijken. Er is wel een rupsen zoekkaart, die staat in de leeslijst in de lerarenkamer.

De Vlinderambassade is de jeugdsite van De Vlinderstichting.