Tips voor een eigen Vlindertuin


Café, hotel of woonplaats

Je kunt in de tuin vooral veel nectarplanten neerzetten. Vlinders en andere bloembezoekers zullen dan kortere of langere tijd in je 'café' verblijven en, nadat ze hun dorst gelest hebben, weer verder vliegen.
Je kunt ze ook een plekje voor de nacht of de winter geven, bijvoorbeeld in afgestorven plantenstengels, stapelmuurtjes, oude stronken, takkenbossen of tussen halfverteerde bladeren.
Als je de vlinders ook nog de mogelijkheid biedt zich in de tuin voort te planten, maak je een echte woonplaats voor ze. Dan moeten er voedselplanten van de rupsen groeien.
Wil je een bestaande tuin omvormen tot een vlindertuin, dan stellen de vlinders bepaalde eisen:


Voedsel voor vlinders

Vlinders drinken nectar, een stroperige vloeistof uit bloemen. Een heel bekende nectarplant is de buddleja, de vlinderstruik. Maar ook lavendel, hemelsleutel, herfstaster, koninginnekruid en enkelbloemige afrikaantjes zijn voorbeelden van goede nectarplanten. Sommige vlinders drinken graag van rottend fruit.


Overwinteringplekken

Als het in september en oktober weer kouder wordt, gaan de vlinders in winterrust. Sommige soorten doen dat als vlinder, andere als pop, rups of eitje. In de tuin moeten dus ook plekken zijn waar de vlinders zich kunnen verschuilen. Dit doen ze bijvoorbeeld tussen snoeihout of dode, droge plantenresten. Dode planten kun je dus het beste maar gewoon laten staan in de tuin. Voor bladeren geldt hetzelfde. Ook andere dieren (vogels of egels) verstoppen zich vaak in dergelijke hoekjes van de tuin. In een kale, schoongeharkte tuin kan geen vlinder overwinteren. Dus je tuin winterklaar maken? Niet doen!


Voedsel voor de rups

Rupsen zijn erg kieskeurig. De meeste vlinders leggen hun eitjes dan ook op planten die later door de rups gegeten zullen worden. Deze planten noemen we de waardplanten van de vlinder. Meestal zijn dit wilde plantensoorten. Iedere soort heeft zo zijn eigen voorkeur. Een van de meest voorkomende waardplanten is brandnetel, maar ook grassen, kruiden of bladeren van bomen en struiken worden door verschillende rupsen gegeten. Om verschillende rupsen voedsel te bieden, moet je dus verschillende soorten planten in de tuin zetten.


Beschutte plekken

In een open weiland zul je weinig vlinders tegenkomen. Vlinders zitten het liefst op beschutte plekjes waar ze zich op kunnen warmen in de zon. Als het waait of regent, zoeken vlinders deze beschutte plekken op, waar ze afwachten tot het weer beter wordt. Door het planten van struiken of heggen kun je dergelijke beschutte plekken maken.


Warmte

Net als alle andere insecten zijn vlinders koudbloedige dieren. Dit betekent dat ze niet, zoals wij, altijd 370C zijn. Hun temperatuur is afhankelijk van de temperatuur van de omgeving. Ze hebben de warmte van de zon nodig om te kunnen vliegen. Pas als het warm is, worden ze actief. Dagvlinders kunnen pas vliegen als hun lichaamstemperatuur tenminste 200C is, maar 300C is beter. Vooral op beschutte plekjes kan het lekker warm worden. Daarom kun je vlinders vaak vinden in de luwte van struiken, heggen, houtwallen of bosranden. Maar op koude, bewolkte dagen houden ze zich schuil.

De Vlinderambassade is de jeugdsite van De Vlinderstichting.